wacht…

een doorbraak met gejuich
een overwinning
een eindstreep
ik wacht….

vervreemding….

iemand vraag hoe het met me gaat
het gaat redelijk maar vraag niet teveel
maar de vraag komt altijd
hoe het met me gaat
ik doe een stap achter mezelf
ik hoef er niets voor te doen
mezelf krijgt een brol in de keel
een snik wil naar buiten
ik tril, klappertand en verzin een smoes
ik ben doodop, zoek mezelf weer op
waar was ik……..

mijn lange weg…

stofzuigen, met de honden spelen, was opruimen en ik ben op. Doodop. Diepe vermoeidheid komt over me heen, ik ken mezelf zo onderhand wel. Ik heb er enorm aan moeten wennen, mijn nieuwe ik, mijn eigen ik, mijn oorspronkelijke ik. Heel langzaam kom ik mezelf weer tegen zoals ik ooit bedoeld was. Ik werd een ontheemd onzeker kind met ADHD tot een vrouw die zoveel overwonnen heeft, zoveel overleefd heeft, zoveel trauma’s in de ogen gekeken heeft tot ik sta nog steeds overeind en voel het leven in me. Vraag me soms niet hoe, want de rekening ligt keihard op m’n bord. Ik huil, ik kan even niet anders. Het doorleven en voelen van alle pijn drijft aan de oppervlakte en het is goed. Want ik huil nu om wat mij aangedaan en overkomen is. Nu huilt niet die tweede ik, die moest overleven, jaar in jaar uit. Die vond huilen maar aanstellerij. Doorgaan, doorgaan. Van mijn gevluchte Hongaarse oma, via mijn moeder, opgevoed door een vluchtelinge, naar mij. ADHD, dat bestond 61 jaar geleden niet. Hoe moet je er dan mee omgaan als moeder. Een moeder die zelf ook ADHD heeft. Nee, ik heb het nu niet over invullen, of ‘we gooien alles gemakshalve maar op ADHD’ nu er zoveel bekend is, welke vormen enz, werden mijn mijn moeder en ik totaal overvallen door de herkenning. Bij mij is het gediagnostiseerd en ik mocht er dyscalculie aan toevoegen. Ma en ik liggen gelukkig ook vaak dubbel om de herkenning en wat het ons gebracht heeft. Heel veel creativiteit, goeie invallen, humor, kwinkslagen en zoals mijn collegae vaak zei: ‘typisch een Joosopmerking’ en dat op de humoristische positieve manier. Vaak direct, ontnuchterend of zwaar over de top.
Maar ma en ik delen ook de pijn en verdriet die het gebracht heeft. Onbegrip, nooit rust in ons hoofd, verkeerde keuzes, direct inspringen op een impuls zonder te overzien wat de mogelijke gevolgen kunnen zijn. Ik ben zo blij dat ik al die dingen met mijn moeder in alle eerlijkheid kan delen en voor haar is het ook fijn omdat het ook haar veel gedaan heeft, om maar te zwijgen over haar jeugd.
Achteraf gezien kan ik nu zoveel een plek geven, zoveel begrijpen, niet alleen mijn jeugdtrauma’s dwongen me tot overleven, ook de gevolgen van ADHD en dyscalculie. Je wordt er in ieder geval rete-creatief van!

Toen Pieter gemist werd en uiteindelijk gevonden was mijn eerste diepe reactie ‘dit kan er ook nog wel bij. Gooi het maar op mijn rug, die kan het wel dragen’. Ik was geen moeder in rouw, ik was geen moeder van een overleden kind. Nee, ik was een vrouw met een enorme berg onverwerkte pijn, verdriet, teleurstellingen en eenzaamheid op haar rug. Trauma’s doen je overleven, trauma’s geven je een tweede ik, een kapsel om ik.

En nu pel ik langzaam dat kapsel van me af. Elke schil bekijk ik, elke schil begrijp ik, elke schil heeft me in leven gehouden, maar het hoeft nu niet meer. Ik ben het kapsel ook dankbaar, maar ik heb het niet meer nodig want ik weet nu waarom.

Wat me in leven hield? Mijn ijzersterke geloof in het leven. Mijn kinderen. En zo vaak een diep, diep gevoel van geluk en blijdschap als ik een merel hoor zingen of de lente ruik. Het kind in mij dat onvoorwaardelijk in het leven staat, dat verwondert, dat voelt en weet. Ze sloeg soms met ijzeren vuist een gat in dat kapsel, dat doen mensen die geloven in het leven.

It al comes with a price. En die prijs ligt nu op mijn bord. Mijn lijf heeft het opgemaakt en gepresenteerd. Ik huil, mijn lijf huilt, het is goed zo…

Olly…

haar lijf is net zo lang als dat van Beny, maar haar pootjes zijn de helft korter. Haar kop is in veel groter en langer dan dat van Beny en haar tong hangt vaak buitenboord. Ze is lomp met af een toe een kokerblik. Ze is een Podenco mix, maar meer Podenco dan mix. Ze is Olly.

Als ik van tevoren geweten had dat ze een Podencomix was, dan had ik haar zeker niet genomen. Podenco’s zijn jagers, een vak apart, een vak waar ik zeker niet voor gekozen had. Het stond ook niet bij haar beschrijving. Ze was een mix. Tja, dat is Beny ook. Ik kwam er pas achter toen ik haar paspoort in handen kreeg. Dan heb je al betaald, contract getekend en alles in orde gemaakt. Ik vond haar zo leuk op de foto’s en filmpjes die ik toegezonden kreeg voordat ze op transport naar Nederland ging. Een eigenwijze kop met af en toe een blik alsof er een oude ziel in huist. En dat die 2 krullende flosjes op haar oren. Als ze met haar rug naar me toe zit en haar oren hangen, dan lijkt ze sprekend op Yoda, maar dan in het caramelroodbruin. Maar Podenco……

Beny is de rust zelve. Hij heeft stapje voor stapje zijn angsten grotendeels kunnen overwinnen. Als hij in zijn angstbubbel schiet, en dat gebeurt nog maar zelden, dan krijg ik bijna geen contact meer met hem. Maar thuis in ons dagelijkse ritme, waarom dan nog een hond erbij?
Simpel, ik zag Beny helemaal opbloeien als hij andere honden tegenkwam. Komen we de hondenuitlaatdienst tegen, dan wringt hij zich helemaal in de roedel, alsof hij erbij hoort. Blij en uitgelaten en helemaal in zijn element. Thuis speelt hij niet, weet niet wat hij met een bal aan moet, verscheurt geen speeltjes om daarmee z’n energie kwijt te kunnen. Dus ik dacht dat een zusje erbij de uitkomst zou zijn. Voorlopig nog niet helemaal….

Want leer Olly kennen! Ja ze is een jager, ze is druk, ze wil graag graven en spelen en apporteren en met Beny spelen. Ze wil met haar lompe lijf Pooh mijn rooie kater met 1 oog leren kennen. Altijd in voor een spelletje, dol op zoeken, blaffen naar katten en ze springt nog net niet het kanaal in als er aan de overkant een waterkippetje loopt. Andere honden schrikken zich een hoedje als ze met haar lompe lijfje gedag wil zeggen, want ze is absoluut niet agressief of aanvallend, maar zo komt ze de eerste seconde wel over. Ik zoek nog naar een manier om haar te kunnen corrigeren zonder haar temperament iets aan te doen. Want haar kracht, humor, blijheid is juist dat temperament, haar ziel, haar zijn.

Nog maar 3 volle dagen hier en ik zie het langzaam schikken in huis. Ze leert snel en graag. Beny en Olly samen gaat goed. Beny geeft duidelijk zijn grens aan en dat is goed voor haar. Alleen met Pooh zal het wat langer duren.

Olly, als ik haar zie slapen met die lap tong uit haar bekkie dan stroomt mijn hart vol. Ja, er blijkt nog meer in te kunnen dan alleen Beny en Pooh.

die ene slag…

als kind was ik al dol op schaatsen. Het begon op glij-ijzers, zo heten die tegenwoordig, wij noemden ze krabbetjes. Waarschijnlijk omdat je er alleen maar mee op het ijs kon krabbelen, echt schaatsen kon er ik er niet op. Je kwam vooruit, dat was alles. Daarna kwamen de botjes, die officieel brabants klompjes blijken te heten, een verkorte friese doorloper. Dat ging al een stuk beter al zaten ze na een uur naast mijn laarsjes in plaats van eronder. Maar het ging en ik was gelukkig. Toen kwamen de kunstschaatsen want ik wilde leren draaien en achteruit schaatsen. Ik keek ook altijd naar de wereldkampioenschappen en zag mezelf al die 3dubbele sherryflip of de 6voudige oksel maken. Sorry, zo noemde ik ze altijd….. Ik raakte inmiddels helemaal in de ban van de 10 kilometer tijdens de olympische spelen. Ik zag de lange ontspannen slagen, ik was verkocht. Ik wilde noren en die kwamen er dan ook in 1986. Vanaf de maandagse wetering in Noordwijkerhout, waar ik toen woonde, helemaal naar de Kaag en terug. Lange, lome slagen, voorover gebogen en genieten van de vaart, de omgeving, alles. Het enige jammere was dat ik hoge noren gekocht had, dat zijn sprintschaatsen en geen lange afstandsschaatsen. Maar het ging.

Ergens halverwege de jaren 90 logeerde ik bij vrienden in Zutphen. Hartje winter, op de vijver lag ijs en ik had mijn schaatsen bij me. Ik had zeker zo’n 8 jaar niet meer op het ijs gestaan dus het was even wennen. Het ijs was niet perfect, maar met een beetje uitkijken prima om te doen. En na een minuut of 10 kwamen de lange slagen weer als vanouds. Dat ging een slag of 10 goed en toen kwam die ene slag…… Ik zag een flink gat in het ijs, maar ik was te laat. De punt van mijn noor schoot erin en ik ging met heel mijn lijf en al over mijn linkerbeen. In het begin viel het allemaal wel mee, ik kwam rustig het ijs af, maar toen ik eenmaal in mijn schoenen stond ging het fout. Niets gebroken dat zeker, maar er moet ergens toch ergens iets gescheurd zijn. Die nacht ging het helemaal fout. Ik lag met kleren en jas aan in een slaapzak onder een paardendeken. De tranen stroomden over mijn wangen de pijn en ik lag te klappertanden en soms wel te schudden van de kou. Die nacht is het schaatsen niet in mijn benen blijven zitten maar is het tussen mijn oren beland. Ik durfde niet meer. Heb nog skatelessen gevolgd, ik weet precies hoe ik moet vallen maar ik kreeg de slag niet meer in de benen.

Vorige week had ik bijna een paar nieuwe noren gekocht. Lage noren, want het kriebelt weer. En als ik al die blije mensen op sloten en zelfs op het Rijn- en Schiekanaal zie gaan dan wil ik weer. Dit jaar is het te laat, maar als het volgend jaar weer zo’n winter geeft, dan ga ik ervoor. Na de ijspret ga ik Marktplaats afstruinen op zoek naar een paar lage noren maat 40. En als er weer ijs ligt? Dan ga ik met lange lome ontspannen slagen in de benen en niet in het hoofd!

jij….

dieper dan diep
bestaat dat wel
hoe dan ook
daar zit jij

omhoog omhoog
je bent niet weg
aandacht aandacht
ga weg

blijf hier
ga weg
laat je zien
onzichtbaar

je duwt, je schreeuwt, je beukt en komt me achterna
het is tijd, hoogste tijd om los te laten
omarmen, voelen, aankijken, mijn leven
kom maar naar boven en neem me mee
ik kan het aan, ik kan je aan
doe wel voorzichtig met mij….




als het ingedaald is…

als je een goeie therapeut hebt, dan is therapie keihard werken. Ik zit nu ook als een soort zombie achter mijn toetsenbordje. Maar een tevreden en trotse zombie. Want ik heb vanmorgen weer een berg werk verzet. Ik liep erna als met vleugels Beny uit te laten. Ik heb mijn propvolle rugzak even van me af kunnen gooien. Ondertussen genoten van Beny’s capriolen en het never ending gesnuffel. Elke grasspriet, elk boompje, soms een hondje, alles moet besnuffeld worden. Soms gaat hij zo op in een stukje gras dat hij als een Speedy Gonzales me inhaalt na een afstand van zeker 200 meter. Kop vooruit, oren naar achteren en gaan!! Totdat hij onderweg een nieuw geurtje ontdekt. Dan maakt hij in volle vaart een schuiver want het geurtje heeft hij ruim ingehaald. Ik hou van dat beest.

Ondertussen herkauw ik het gesprek met D, bekijk de openbaringen, zie wat nog blijft liggen of nog even zal moeten blijven liggen. We vergeleken tijdens het eerste gesprek mijn situatie met een kast vol potjes. En bij het openen van de kast vielen al die potjes eruit. Ik propte alles erin zonder te kijken of ik iets wel in het juiste potje stopte. Een grote chaos. Ook stopte van alles in potje. Het peperpotje was peper, zout, zand, wat vuilnis en ga zo maar door. Als je niet weet welke emotie waarbij hoort dan wordt het een bende. En vanmorgen concludeerde we samen dat ik op al die potjes vat begin te krijgen. Dat het er ook steeds minder kunnen worden, en dat ik nu van een aantal dingen weet in welk potje het hoort. Op deze manier werken krijg ik er vat op. Ik moet het doen met metaforen, beeldend maken.

Het potje Pieter laat ik nog even staan. Want hoe ik met zijn dood omgegaan ben heeft alles te maken met mijn verleden. Uitje pellen zoals dat heet.

Maar nu, achter mijn toetsenbordje word ik overvallen door een diepe, diepe vermoeidheid. Een verlammende vermoeidheid. Het is ingedaald. Maar het is een goeie vermoeidheid, beetje te vergelijken met een dag hard werken. Een dagtaak soms. Maar ik zie en voel de veranderingen en het vult me met trots, trots op mezelf. Ik voel het en dat heb ik heel lang, zo niet nog nooit gekund….

zijspan of achterspan…..

mijn opa had vroeger een motor met zijspan. Ik weet echt niet meer welk merk of hoe het eruit zag. Ik ben wel een keer mee geweest in de zijspan helemaal van Leiden naar Ede en terug. De helm was een halve dop de rest was van leer. Bij de oren zaten openingen met luikjes. Die kon je openlaten of sluiten met een drukker. Ik kan die drukkers, toen opa ze sloot nog steeds voelen. Er kwam een soort van dekzeil over me heen en daar gingen we dan. Ik vond het machtig mooi. Opa met zijn stoere lange leren jas, ik veilig naast hem in de zijspan. Ik weet niet of mijn liefde voor motoren toen begonnen is, maar ik reed zodra ik kon eerst op een Tomos, Puch kon ik niet betalen en later op een Zundapp KS50. Breed stuur, zwaar opgevoerd tot het kromtrekken van het frame aan toe. Allemaal netjes met bromfietsrijbewijs. Later werd het ruiger toen ik op een Bultaco 350 off the road aan de gang ging. Leest allemaal heel stoer, dat was het ook wel, maar ik vond het geweldig. Nu, 45 jaar later, baal ik als een stekker dat ik geen motorrijbewijs gehaald heb. Er kwamen andere dingen op mijn pad en mijn liefde voor motoren raakte op de verre achtergrond. Ik heb nog wel wat avonturen op een Kreidler beleefd, maar dat was zo zelden.


De laatste tijd krijg ik zin om te gaan reizen. Gewoon doel stellen, boel inpakken en we zien wel hoe, waar en wanneer. Ik heb wat plekken op mijn bucketlist en een daarvan is Isle of Skye bij Schotland. Wat zou het toch supertof zijn om mijn hond met bagage en al in een zijspan te zetten en gaan! Op naar avontuur, verdwalen, verdwijnen en ervaren. Beny, mijn hond, en ik zijn dol op wandelen, ronddwalen en onze neus achterna. Ik hoef niet naar de andere kant van de wereld, trekt me voor geen meter. Europa heeft teveel om te ontdekken.

Dromen van een motor en zijspan kan altijd, maar wat ik wel heb is een elektrische fiets met hondenfietskarretje. Een soort van achterspan dus. Daarmee kan ik ook een heel eind komen al is het wel jammer dat Beny dan achter me zit en niet gezellig naast me. We kunnen bijvoorbeeld samen naar Terschelling fietsen. Onderweg een broodje eten, Beny wat pens en verder. Waarom niet. Wie weet, want niemand houdt me tegen.

oud zeer…

kan iemand mij vertellen
waar PTSS toe dient
heeft het nut of zin
wat moet je ermee

de aanval kwam
totaal onverwacht
ik kon er niet bij

ik zag de bron
ik voelde de pijn
voor het eerst kon ik een van de duistere krochten van mijn PTSS plaatsen

ik was stil
had geen keus
ik ging maar mee
huis na huis
stad na dorp na stad
nergens aarden
nergens hechten
nergens thuis
nieuwe huizen
nieuwe mensen
indrukken kwamen en gingen
mensen kwamen en gingen
en ik ging er in mee
ik was stil
ik had geen keus

eenzaam
onthecht

ongehoord
ontheemd……

De aanval was hard en scherp.
Het verdriet ging diep
Maar ik klom eruit
Nu stuiter ik na
Nee, nu golf ik na
Een woedeaanval ontleed
Oude zeer…..

en dat is 12….

gisteren was het 12 jaar geleden dat ik je voor het laatst zag. Levend en wel. Beetje ongeduldig omdat ik je eraan herinnerde dat je niet vergeten moet de hond uit te laten. ‘Neehee, zal het niet vergeten’ was je reactie. Dat zijn de bijna laatste woorden die ik gehoord heb. Ik zie je nog zo staan in de deuropening van de huiskamer. Lange boom van 1.92. Gelukkig staat dat beeld nog op mijn netvlies gebrand. Ik kan het zo oproepen, maar toch ook liever niet. Waarom juist dat beeld is blijven hangen, ik weet het niet.

Je mobieltje hield op om 3:41 uur. Dat is over bijna 12 uur. Op de langste nacht…..

Ik kan het niet meer aan…..
Ik wil het niet meer aankunnen…
Ik wil verdwijnen, ik weet alleen niet waar…