nee, knijpen hielp niet……

ik had een mooie fietsroute uitgestippeld. Rondje Valkenburg, Katwijk, Noordwijk, Sassenheim en weer thuis. Even dacht ik dat het weer roet in het eten zou gooien, maar op een stuk of 30 dikke druppels na viel het gelukkig allemaal mee. Toen ik na Katwijk de duinen in fietste, richting Noordwijk, scheen de zon alweer. Het was niet enorm druk, eerder gezellig druk op het fietspad. Ik zat te genieten, floot een liedje, groette af en toe een voorbijganger, altijd leuk als je onverwacht begroet wordt. In de duinen is het ‘berregie op en berregie af’ en ik moest net berregie op. Versnelling in z’n een en er kwam een scherp, onoverzichtelijk bochtje naar links aan. Even wat harder trappen, even wat harder fluiten, fluitje van een cent dan maar. Dat ging goed, denk een seconde of 6…….

In de zevende seconde stond ik stil, stuur een kwart slag gedraaid en hij probeerde op te staan met een bek vol zand. Ik had hem zien knijpen als een malle, ik hoorde remblokjes schuren op velgen, ik zag de twijfel op zijn gezicht en juist door die twijfel maakte hij de verkeerde beslissing. Als hij wat scherper naar rechts gestuurd had, had hij het gered, maar hij ging rechtdoor, knijpend en wel. Ik zag het gebeuren en dacht ‘daar gaan we………’.

De loeizware klap kwam minder hard binnen dan ik verwacht had. Amper 1 seconde bereid je je voor op de hel, bloed, breuken, wonden, pijn. Tijd om me schrap te zetten had ik niet en ik denk dat dat mijn redding geweest is. Niet wat betreft hel, bloed, breuken, wonden en pijn, maar om de impact die het zeker had. Want het was een zware klap. Vooral voor hem. Hij maakte een salto met zijn fiets en belandde naast het fietspad in het zand en ik stond een paar seconde in een leegte te staren naar mijn stuur. Er klopte iets niet. Gelukkig bleek alleen mijn stuur een kwart slag gedraaid en nu is zit te schrijven beginnen er toch een paar spieren om aandacht te vragen.

Hij kwam uit een regenbui, velgen en remblokjes waren nog nat. Hij kneep en kneep, maar het werkte niet.  Hij stond een beetje trillend op z’n benen met wat flinke schaafplekken naast me. Excuses kwamen er niet, hij was toch wel een beetje in shock en er kwam wat onsamenhangend gestamel uit zijn mond. Na alles gecontroleerd te hebben en stuur weer recht gezet, stapte ik opgelucht op mijn fiets. Maar na 10 meter kwamen de tranen. Huilend bedankte ik mijn stuur en mijn fietskratje, zij hadden immers de klap opgevangen en hem een zetje gegeven. Oh ja, en die spieren die ik nu toch maar even rust ga geven, want het daalt nu in.

Ik vraag me af hoe hij het er vanaf gebracht heeft, of mag ik dat niet denken omdat ik eigenlijk een enorme, godvergeten schurfthekel aan wielrenners heb!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

 

ooit is pluizenbol klaar met oefenen…..

ooit geprobeerd een lekke band op te pompen?

Ik ben dol op het strand, ik ben dol op de zee, ik ben dol op alle dieren die bij het strand en de zee horen, dus ook meeuwen. Niets mooiers dan het geluid van brekende golven en meeuwengekrijs. Het hoort onlosmakelijk bij elkaar.  Strand, zee, meeuwen……

Er zit sinds een paar weken een klein fietspompje op het keukendak twee deuren verderop. Een fietspompje met een pluizenbol. Urenlang is pluizenbol met zijn (of haar) stembandfietspompje in de weer. Soms zie je pluizenbol, dan mag je meekijken naar hoe het oefent met het stembandfietspompje en dan gaat het koppie synchroon heen en weer op de maat van het pompje. Pluizenbol is stoer, want al komt het met bakken naar beneden, het blijft zelfs dan als een verzopen kat met zijn stembandfietspompje oefenen.

Oftewel: een zilvermeeuwen echtpaar is uitgeweken naar onze buurt om daar te gaan nestelen. Ik was in eerste instantie helemaal niet blij, sterker nog: ik was woest. Ik ben al eens aangevallen door een paar meeuwen omdat ik te dicht in de buurt van hun kind liep, terwijl ik heel het kind nergens zag, alleen hoorde. Ik heb zeker 10 minuten onder een boom moeten blijven staan, totdat meeuwenkind al sjokkend ver genoeg doorgelopen was. Dus als ik een meeuwenkind hoor en het snaterende geluid van ouders, dan ben ik op mijn hoede. En als ik ergens een schurfthekel aan heb, dan is het op mijn hoede zijn in mijn eigen tuin! Want ook al zit meeuwenkind 2 deuren verder op een keukendakje, als ik in mijn tuin zit, kan ik maar beter een vergiet of emmer op m’n kop zetten.
Toch begin ik te smelten voor die fietspompende pluizenbol en neem het gekrijs van de ouders op de kop toe. Hoewel, 04:30 uur….. Sodemieter op!
Sinds vanmiddag ben ik om. Al lopend naar de supermarkt kreeg ik weer het gevoel ‘op mijn hoede’. Ik hoorde een fietspomp, hetzij al aardig met een baard in de keel, en krijsende ouders. Maar tot mijn verbazing kon ik alleen maar stil staan en omhoog kijken. Een iets ouder meeuwenkind probeerde zijn eerste vlucht door de lucht. Daar waar pa en ma rustig klapwiekend meevlogen, gingen de vleugels van kind 3 keer zo hard op en neer. Maar het vloog, schor en bibberend krijsend, maar het vloog. Probeerde wat van richting te veranderen, al klapperend met de vleugels, maar het vloog. Een brok in mijn keel, zo ontzettend mooi…….

Foto: Ben van den Broek

Zilvermeeuwen die op het terras het koekje bij je koffie stelen vind ik vreselijk, vooral als daardoor je koffie verdwijnt over het randje van het tafeltje. Of als er zelfs een heel stuk taart verdwijnt met de duikvlucht van zo’n kattukse duif. Kan ze de nek omdraaien maar dan ben ik nog strafbaar ook!

Ben benieuwd wanneer pluizenbol leert vliegen. Denk dat ik dat fietspompje nog eens ga missen…..

bezoekje aan mijn baken…..

het blijft bijzonder om een Watertoren als buur te hebben. Elke keer als ik in mijn tuin zit, verbaas ik me weer. Hij is zo kolossaal groot en dwingt vanuit mijn tuintje zoveel respect af. Ik hou van bakens. Als ik naar Terschelling ga, ben ik altijd blij als ik in de verte de Brandaris op zie doemen. Als ik de Hoge Rijndijk opfiets ben ik altijd blij als ik de Watertoren op zie doemen. Wel leuk om zowel thuis als bij mijn tweede thuis een baken te hebben om me op te verheugen. Gisteren kwam mijn altijd vrolijke pakketbezorger bij me aankloppen. Hij had bouwmaterialen voor 156a, maar ze doen niet open. Geen probleem, buren zijn buren!

Vanmorgen liep ik nog in mijn huiskloffie en afgetrapte pantoffels toen de voordeurbel ging: De watertorenbuurvrouw voor de pakjes. Ze waren allebei nogal zwaar dus hielp ik haar mee en zoals het de vorige keer ook ging: wil je het weer eens zien van binnen? NATUURLIJK!!! Inmiddels heeft de watertoren een lift en zoef zoef van etage 4, naar etage 6, even sneakview op 5 en dan weer naar huis. Zo snel ging dat natuurlijk niet, dus even een uitleg, nee ik doe niet de tune van Are You Being Served? na:

  • etage 4: dat is het deel onder de waterbak. Daar wonen de eigenaren op dit moment. Daar moesten we de pakketjes stallen. Ik ben er al een keer eerder geweest, blijft een prachtige ruimte.
  • etage 6: dat is het deel boven de waterbak. Daar gaan de eigenaren wonen. En sodesodesodejuuuuuu wat een prachtplek. Het wordt een heel mooi woongedeelte, met een enorm dakterras met een uitzicht…… *zucht*
  • etage 5: de waterbak. Daar waar ooit 1200 kuub water in zat wordt nu keihard gewerkt en verbouwd. Het ruikt er nog een heel klein beetje naar vocht, maar dat moet je weten. Tot nu toe was ik toch wel het meest nieuwsgierig naar de waterbak.

Watertoren Leiden

Ik voel me toch wel een beetje een bevoorrecht mens. Het is ook een heel leuke watertorenbuurvrouw. Gezellig mens en ze vertelt graag. Ik luister in dit geval dus graag. Helaas had ik, omdat ik niet wist dat ze me mee naar binnen wilde vragen, geen mobieltje bij voor foto’s…. *zucht*

Maar ik neem met diep respect mijn petje af. Want de hele verbouwing doet de watertorenbuurman dus zelf. Merendeel samen met een werknemer en met hulp van een architect, maar het overgrote deel doet hij zelf.

De watertoren in Roelofarendsveen staat te koop. Zal ik……..

soms vindt ze wat….. 14-07-2011

‘En mijn likeurtje is ook al bijna op.’ Met lodderige ogen kijkt ze naar het bodempje dat nog in de fles zit. ‘Nou, dan is met maar op! Mijn man is op, de kinderen zijn op, de tent is op, ik ben op, dus mijn borreltje is ook gewoon oooooop!’ Ze slaakt een diepe zucht en stuurt haar waggelende hoofd naar het slaapgedeelte van Wimpie en Chantalletje. Ze moet soms moeite doen maar het zachte ademen van haar twee bloedjes is nog net te horen. Het wordt overstemd door het eeuwige gesnurk van Wim senior. Dat eeuwige, gestage, klotegesnurk van Wim. ‘Mijn god, wat haat ik dat gesnurk. Wat haat ik die openstaande muil, wat haat ik de uitgezakte paddenstoel’. Haar waggelhoofd knakt naar beneden en ze laat het maar hangen. ‘Ook goed.’ ‘Heb ik al echt een halve fles leeg? En het begint nog te schemeren ook! Zoooooooooo, ik heb hem wel flink zitten zeg.’ Ze knippert flink met haar ogen en probeert haar waggelhoofd iets op te richten, maar dan gaat het draaien en draaien. ‘Oeps, dat ging net an goed!’ Haar arm slaat richting haar glaasje op het wankele kampeertafeltje. Moedeloos kijkt ze naar het glaasje en probeert welgemikt het op te pakken. Wimpie kreunt in zijn slaap en ze voelt dat ze rechtop moet gaan zitten. Maar haar lichaam komt niet in beweging. De reactie is niet sterk genoeg om haar met een zorgelijke blik overeind te laten komen. ‘Ik ken het gekreun van Wimpie zo onderhand wel. Niets aan de hand. Hij droomt over iets.

M’n rug, m’n rug, Mien waar is mijn rug…..

elke morgen hetzelfde ritueel, opstaan, water drinken, poepen, douchen, ontbijten enz enz enz. Elke morgen doe ik het gedachteloos, het gaat allemaal vanzelf. Volgens een vaste volgorde, ik weet niet beter. Heel soms gaat het fout. Dan sta ik met een handdoek onder een nadruppelende douchekop me af te vragen in welk deel van het ochtendritueel ik de weg ben kwijt geraakt. Zo diep in gedachten verzonken, dat de koppeling met de realiteit verdwenen is. Als een zombie in een parallelle wereld staar ik naar mijn handdoek, snap er even geen bal van, voer een ctrl f5 uit en dan is de draad moeiteloos de mijne. Ik moet daar altijd hard om lachen, vooral als ik terugdenk aan het moment dat ik besef de weg kwijt te zijn. Ben ik dat wel?

Vanmorgen ging het ochtendritueel om een heel andere oorzaak de mist in. Ik merkte het al toen ik met mijn slaaphoofd de weg naar de plee zocht, er zeurt iets onderin mijn rug. Ik sta al jaren op de nominatie voor een flinke hernia, heb ook al een paar keer als een oud wijf een paar dagen krom met uitslaande pijn naar rechtervoet doorgebracht, maar het is nooit tot een huisartsenbezoek gekomen. Tot nu toe heb ik het overwonnen op eigen kracht. Vanmorgen plofte ik dus op de pot, draai me naar links om mijn puzzelboekje te pakken, want zonder puzzelboekje is het maar saai poepen, en VLAM, een seconde en ik wist dat het foute boel was. In eerste instantie wilde ik er niets van weten tot ik op moest staan om mijn billen af te vegen………

Ik weet niet wat erger is: een beginnende hernia of spit. Maar beiden hebben dezelfde uitwerking. Sta je daar met een stapeltje pleepapier en je kunt niets doen! Niet linksom, niet rechtsom, hulpeloos starend naar het stapeltje papier in je hand. Je probeert het nog hoopvol….. Mijn onderlip moest er bijkans aan geloven, maar ik heb het redelijk netjes af kunnen werken. Voldoende om de douche de rest te laten doen.

De rest van de dag? Pijnstillers, lopen als Donald Duck, bukken is goed voor een slapstickfilm, maar nu ben ik gewoon bekaf! Moe van het zoeken naar een houding die de minste pijn oplevert, moe van de pijn zelf (pijnstillers werken niet echt goed), moe van op de minst elegante manier in en uit een auto stappen, moe van het goed af kunnen vegen van mijn derrière……

Ben  benieuwd hoe ik morgen mijn bed uit strompel…..

 

Terschelling, 05-10-’11, boomblaadje en een wijnrode stalen ros….

Er ligt een afgestorven boomblaadje op de vloer van het huisje. Ik blijf het vreemd vinden. Een blaadje dat misschien maar 8 maanden leeft om weer af te sterven. Ieder voorjaar jubelt het frisse groene grut aan de takken het nieuwe leven en het nieuwe jaar tegemoet. Maanden later belandt het op een grote hoop afgestorven blaadjes, klaar om opgeschept te worden voor in de groenbak of op de komposthoop. Of om door kinderlaarsjes flink door de war geschopt te worden. Of het belandt op een herfsttafel waar kinderen en volwassenen het najaar kunnen beleven en ervaren in huis of op school. Ik kijk naar het berkenblaadje op de grond en vraag me af wat het allemaal gezien kan hebben. Eilanders, Oerolgangers, Fjoertoerders, badgasten uit allerlei landen, St. Jansdraverij, ‘s nachts de zwaailampen van de Brandaris (hee, ik zie de haven), vogels, pollen, wolken of misschien helemaal niets…..

Het is tijd voor een cappuccino, maar daar moet ik wel even voor gaan fietsen. Op naar West, de Walvis of het New Amsterdamsch Koffijhuis. Ach, ik zie wel, ik ga mijn wijnrode stalen ros van het slot halen.

Dag blaadje, ik laat je in de tuin neerdwarrelen…..

 

Terschelling 04-10-2011, stukje dagboek

Het weerhaantje op de kerk van Midsland kijkt onverstoord naar het zuid-westen. Het lijkt of de tijd al die jaren stilstaat op Terschelling. Het is hier zo stil dat je je bijna gaat ergeren aan de mussen, kauwen en spreeuwen die in een appelboom, een eindje verderop, ruzieën om dat ene appeltje dat er nog hangt. Ook de koolmeesjes zingen hun afzonderlijke deuntjes.

Terschelling is mijn eiland. Ik voel me hier thuis. Gisteren fietste ik naar Heartbreak Hotel en alleen al zo af en toe een simpele groet van een eilander maakt me blij. We kennen elkaar niet, maar dat korte knikje of een hand die omhoog gaat, even een blik in elkaars ogen. Meer niet, maar zo veelzeggend.

Waarom Terschelling mijn eiland is?  Waarschijnlijk hoeft een eiland niet veel te doen om de mijne te zijn. Hoewel, Texel zegt me niets, ook al ben ik er wel eens geweest. ‘Het verlengde van Noord-Holland met een brede rivier ertussen.’ Dat is Texel voor mij. Vlieland vond ik een dag leuk, was er zo uitgefietst. De andere eilanden weet ik niet, heb ze nog nooit bezocht. Terschelling heeft zo’n diverse natuur. Van eindeloze stranden naar dijken tot bossen waarin je kunt verdwalen. Heidevelden, meertjes, duinen en nog veel meer. Alle elementen waar ik blij van word…..

propvolle verveling……

Het lijkt zo leeg in mijn hoofd. Voor het eerst in mijn leven ervaar ik werkelijk wat propvolle verveling is. Het is geen prettig gevoel. Het is een soort luchtledig waarin ik me niet kan verplaatsen, waarin niets mogelijk is. Het kent geen impuls, geen inspiratie, geen interesse. Ik zit te zitten en wacht. Waarop weet ik niet. Ik voel geen schop onder mijn kont, ik voel me niet schuldig, ik word lamlendig, zielloos. Alle gedachten die door mijn hoofd vliegen landen niet, zijn niet te vatten, zijn niet stil te krijgen. Het is een grote grijze brij die zich niet laat ordenen, niet laat sturen, niet laat structureren. Ook al zeurt er ergens ver weg een verlangen om het te vangen en te ontwarren, een plek te geven. Maar vooral het verlangen de gevulde leegte te begrijpen. Waartoe dient het eigenlijk? Welk nut heeft het. Wat houdt het tegen en doet het dat bewust? Ik kan er geen kant mee op en doorbreken lukt me evenmin. Ik ben overgeleverd aan een soort van gevangenschap, mijn hersens in de boeien geslagen. Als ik het kan doorgronden, dan krijg ik misschien ook meer vat op de reden waarom ik erin beland, of gebeurt het zomaar? Zit er niets achter, of juist iets of is het gewoon zo. Want het is niet leuk, het is niet prettig, ik schiet er niets mee op. Het geeft geen rust, geen gelatenheid, geen zin. Alles wat ik probeer te doen geeft geen voldoening, ik zie er het nut niet van in. Ik dwing mezelf iets te ondernemen, want ik wil zo graag iets doen, vooral om uit die staat van propvolle verveling te kunnen komen. Maar zelfs het dwingen geeft weerzin.

Ik laat het los, ik laat het zijn. Gewoon laten zijn, in al zijn leegte…..

protest van een eitje….

ik haat eitjes met zo’n velletje
zo’n velletje dat niet van de schil af wil
volgens mij had het eitje een kuikentje willen worden
het eigeel en wit houdt zich stevig vast aan het schilletje
volgens mij had het eitje een kuikentje willen zijn….

hoezo dienstbaar…..

ik loop van het Theehuis naar mijn fiets
na ruim een uur wandelen en bijna een uur napraten is het genoeg geweest
ze heeft me weer de ruimte gegeven, ze heeft me aangehoord
ze prikt, ze doorziet, ze geeft een zetje, ze pakt mijn verkeerde been
zo wandel ik nou eenmaal, samen met haar, door mijn oerwoud van rouw
rouw, rouw, rouw, wat breng je me nou

ik nam afscheid van kinderen, afscheid van verleden
afscheid van fundamenten, afscheid van……

MIJN FIETS?!

vol ongeloof staar ik naar een lege ruimte
er schieten honderden gedachten door mijn hoofd
heb ik wel? klopt het wel? ergens anders?
ik grijp in mijn binnenzak, ja het lag niet aan mij!!!
ik twijfel nog eens en nog eens en dan……

motsneeuw jaagt om mijn oren, de wind doet net geen pijn
3 dames achter een receptiebureau’ iene, miene, mutte’
wie van de drie, ja het is de linker politiedame, ik geef aan……
maar na een te lange wandeling mag ik van waakzaam en dienstbaar
ook al is de arm der wet drie dames sterk
gewoon naar huis, achter mijn laptop kruipen en aangeven

nou dames x 3, ik wil maar een ding aangeven:
vervelen jullie je een beetje?
hoezo dienstbaar…..